Heeft u het?

 

Ik heb het. Het begraafplaatsgevoel. Al heel lang. Ontstaan toen ik als puber op een zomerse dag voor het eerst de Parijse begraafplaats Père Lachaise bezocht. Zo mooi, zo bijzonder, zo historisch, zo uitgestrekt; een stad voor de doden, midden in de volop levend(ig)e stad. Daar voelde ik het voor het eerst. Begraafplaatsen: het werd een liefde voor het leven.

Een liefde die tot ver kan leiden. Tot vakantieroutes die speciaal op bijzondere begraafplaatsen worden afgestemd, kasten vol vooral cultuurhistorische boeken over dood en begraven, een collectie van honderden foto's van begraafplaatsen in binnen- en buitenland, enkele verweesde grafstenen in huis en tuin, een verzameling objecten die ooit op een graf hebben gestaan of gelegen (uiteraard alles geheel legaal verkregen) en het mooiste van alles (voor mij): het hoofdredacteurschap van het vakblad De Begraafplaats. Ik mag begraafplaatsen nu ook al jaren beroepsmatig bezoeken, ik mag er vaak en veel over schrijven en kan er zelfs van leven.

 

Angst

Mensen die zeggen niets met begraafplaatsen te hebben, begrijp ik niet. Hoezo? Dan heb je ook niets met mensen. Of met geschiedenis, (beeldhouw)kunst, natuur. Of met je eigen sterfelijkheid. Want een licht melancholisch gevoel hoort bij een bezoek aan een begraafplaats. Het besef dat ook ik er eens aan moet geloven. De begraafplaats als één uitgestrekt memento mori. Vandaag zij, morgen ik... maar nu nog even niet.

Of gaat achter die desinteresse voor begraafplaatsen een angst voor de dood schuil? Maar het wonderlijke is dat je die angst misschien júist op de begraafplaats kan overwinnen, zoals voor Nelleke Noordervliet geldt: "Op een begraafplaats denk ik: die zijn ook allemaal gegaan, waarom zou ik het niet kunnen?"

 

Triomf

In vakblad De Begraafplaats komen vanaf 2009 bekende en onbekende Nederlanders aan het woord over hún begraafplaatsgevoel. Anna Kroon spreekt ze bij voorkeur op een begraafplaats naar hun keuze. Het is een gevoel dat heel divers kan zijn. Voor Elias Canetti (1905-1994, schrijver en winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur), die de term 'begraafplaatsgevoel' introduceerde in zijn filosofische boek Massa en macht, was het een gevoel van triomf: De begraafplaatsganger 'is de enige die komt en gaat wanneer hij wil; hij is de enige, tussen al die liggenden, die rechtop staat.'

Bas Haring herkent dit en zegt: "Ik zie de jaartallen op een grafsteen een beetje als competitie. Ik ben ook lichtelijk jaloers als ik hier op de begraafplaats loop en zie dat iemand een hoge leeftijd heeft bereikt." Jan Siebelink haalt er juist een positieve gedachte uit: "Mijn begraafplaatsgevoel kan ik het best omschrijven als een gevoel van vitaliteit. Lopend langs de graven ben ik blij dat ik loop, voel en denk. Het zet me aan tot genieten en dwingt me om mijn ambities nu te verwezenlijken."

Adelheid Roosen kan er haar ego tot rust laten komen: "Begraafplaatsen zijn plaatsen waar, in de goede zin van het woord, de ontmanteling van alle ego-strapatsen plaatsvindt. Ik loop er, ik hoor mijn voeten op de grond, ik hoor het knarsen van de stenen of het zachte verende zand, ik ga zitten of – wat ik heel graag doe – ik ga liggen op het graf van mijn vader en dan denk ik: hier keren we allemaal naar terug. Hier gaan wij naartoe, het kleedt alles uit; en dat vind ik mooi. Het ontmantelt." Marijke Helwegen vindt er bescherming, vooral op begraafplaatsen "waar de bomen oud en klassiek zijn, van een grote beuk die zijn schaduw over de graven werpt en met zijn takken een graf beschermt en daarmee zegt: dit zijn mijn armen. Het geeft me een familiegevoel, ik voel me beschermd en één met de mensen die hier liggen."

 

2 passen vooruit, 1 achteruit

De 38 interviews met 39 meer of minder bekende Nederlanders (en één Vlaamse) staan in chronologische volgorde van verschijnen in De Begraafplaats. De eerste dateert uit 2009, de laatste is van dit jaar (2020). Interviews die gezien het onderwerp tijdloos zijn, dat geldt helaas niet voor sommige geïnterviewden. Een enkeling is al overleden. Predikant Nico ter Linden. En dichter F. Starik, die voor zich zag hoe hij zou worden uitgedragen: "Het lijkt me wel wat als mijn kist op de stampende muziek van de Virgin Prunes wordt gedragen door mannen met grote hoekige Karpatenkoppen, en dan steeds twee passen vooruit, dan weer één achteruit. Een laatste optreden. Het lijkt me grappig: die man is zijn hele leven met de dood bezig geweest, en nu gaat hij zelf en wil niet."

Hoe bijzonder is het dat ook zijn weduwe, Vrouwkje Tuinman, in dit boek haar begraafplaatsgevoel verwoordt en weet te vertellen dat het precies zo is gegaan.

 

Méér begraafplaatsen

Begraven, het is steeds minder vanzelfsprekend. In 1960 werd nog 96% van de Nederlanders begraven. Inmiddels kiest 65% voor cremeren en slechts 35% voor begraven. Dat was in 1980 precies omgekeerd. De begraafplaatsen die er zijn – rond de 3.500 – zullen niet snel verdwijnen. Ze hebben wel steeds meer ruimte over. Nog geen twee decennia geleden zeiden veel begraafplaatsen te vrezen voor toekomstig ruimtegebrek en er werden plannen gemaakt voor uitbreidingen. Maar feitelijk was de ommekeer toen al ingezet en nu liggen veel uitbreidingen van toen braak. Dat biedt geheel nieuwe kansen: steeds vaker richten beheerders lege vakken in als bloemenweide of maken er een plek van waar natuurlijk begraven kan worden. Zo krijgen begraafplaatsen er nieuwe (belangrijke) functies bij. Het waren altijd al rustige, groene plekken, parken soms, waar het goed toeven is op een bankje onder een eeuwenoude boom terwijl de vogels fluiten en konijnen wegschieten. Een park dat vol staat met monumenten die waardevol zijn als historische bron, kunstwerk of de biografie van een stad of dorp. Maar nu steden in deze klimaatgevoelige tijden, om het koeler te houden en overtollig water af te voeren, méér groen en mínder steen nodig hebben, kunnen begraafplaatsen daarvoor zorgen. "Mensen zijn op zoek naar oases van rust en daar worden nieuwe locaties voor gecreëerd," zegt filosofe Marli Huijer, terwijl "die plekken er al zijn: begraafplaatsen."
Midas Dekkers:
"Wat mij betreft mogen er méér begraafplaatsen komen: plekken waar mensen kunnen wandelen, mediteren, het moet er naar sparren ruiken en de vogeltjes moeten er – als symbool voor het leven – op los fluiten."

Stel dat we in de toekomst alleen nog maar cremeren, of overgaan op nieuwe vormen van lijkbezorging, zoals cryomeren (vriesdrogen), resomeren of composteren, dan krijgen we een land zonder begraafplaatsen, een land zonder herinnering, een land in ontkenning van dood en geschiedenis. Daarom dit boek. In de hoop dat wij daarmee uw eigen begraafplaatsgevoel kunnen oproepen of verder aanwakkeren.

Anja Krabben

Voorwoord uit Het begraafplaatsgevoel.

Bestel het boek HIER.

Bent u begraafplaats of boekhandel en wilt u meerdere exemplaren (met korting) inkopen? Dat kan HIER.