Voorwoord

Vrijwillig naar de Eifel

 

Tussen Aken en Keulen in het noorden, Trier in het zuiden, België in het westen en Koblenz in het oosten, ligt het gebied dat de Eifel wordt genoemd. En soms de Duitse Ardennen, want de Ardennen en de Eifel maken deel uit van hetzelfde middelhoog plateau. De Eifel ligt in twee Duitse deelstaten: Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts.

 

Het imago van de Eifel is lang slecht geweest, het zou koud, nat, ruig en/of tuttig en oubollig zijn. In 1815, toen de grenzen van Europa drastisch werden gewijzigd, nadat Napoleon voorgoed was verslagen bij Waterloo, ging het Rijnland (waaronder de Eifel), deel uitmaken van het koninkrijk Pruisen. De Eifel werd toen gezien als het armenhuis van het Rijnland, economisch totaal oninteressant, en stond bekend om het ruwe klimaat, waardoor de streek al snel de bijnaam ‘Pruisisch Siberië’ kreeg. Zelfs de Eifelers schaamden zich tegenover reizigers voor hun eigen streek, zoals de dichter Karl Simrock in 1840 schreef: ‘Van welke kant je de regio ook binnenkomt, nergens willen de mensen in de Eifel wonen, overal begint de Eifel pas drie uur reizen verderop.’ (Reizen ging toen nog per koets.) Volgens Eifel-komiek Hubert vom Venn speelde die schaamte over de herkomst nog tot ver in de 20e eeuw. Eifelers die elders in Duitsland met vakantie waren antwoordden vaag, als gevraagd werd waar ze vandaan kwamen: ‘Bij Aken in de buurt, of: ‘Vlakbij Trier. Niemand zei, ik kom uit de Eifel. (Aachener Zeitung, 16 mei 2010.) Ook een mooie:De Eifel was het oosten van het keizerrijk, lang voordat de DDR er was.’ (Bron: nachrichtenspiegel.de, een kritische site van Werner Menne en de ‘Eifelfilosoof’ Reiner Dammann.)

 

In de 20e eeuw had de Eifel vooral een tuttig imago. Voor veel Nederlanders verbonden aan uitstapjes met je ouders naar Monschau, het ‘schilderachtige’ Eifeldorpje met vakwerkhuizen – zo typisch Duits –, dat heel dicht bij Nederland ligt, maar zo anders is waardoor het je als kind een spannend gevoel van buitenland gaf. Maar wat je zodra je zelfstandig op vakantie kon, nooit meer als reisdoel zou uitkiezen.

 

Dat idee is lang blijven hangen. Als ik google op Eifel en toerisme’ kom ik al snel een reisblog tegen met de tekst: ‘Ik had nooit gedacht dat we nog eens vrijwillig naar de Eifel zouden gaan.’ (Maar ja, ze kon de goedkope aanbieding, 3 nachten voor 99 euro, niet laten lopen.) Ik had het haar na kunnen zeggen. De Ardennen heeft een zekere ‘Franse charme’, de Eifel blijft voor velen een truttig en oubollig imago houden. Tegenwoordig zijn het nog steeds vooral gezinnen met kinderen die naar een Center- of ander vakantiepark gaan. En oudere echtparen met weinig avontuurlijke neigingen, die het graag dicht bij huis houden en elk jaar weer terugkomen.

 

Toch zochten P. en ik een huis in de Eifel, toen we bij gebrek aan een pensioen (want allebei zelfstandige) besloten te gaan ‘investeren in stenen zoals onze boekhouder adviseerde. Waarom? Het antwoord is simpel. We wilden een huis dat snel bereikbaar is, maar op een plek die geheel anders is dan het platte Nederlandse landschap. Onze eerste keus was de Belgische Ardennen, omdat we die al kenden, maar de te koop staande huizen daar zijn schaarser en waren te duur voor ons. Als de Belgische Ardennen afvallen, dan kom je al snel in de ‘Duitse Ardennen’ terecht. De huizen zijn daar aanmerkelijk goedkoper en het landschap hetzelfde. En daar wonen we nu heel regelmatig, zo om het weekend, sinds januari 2008. Naar volle tevredenheid.

 

De eerder genoemde reisblogger schrijft ‘blij verrast’ te zijn over de Eifel, want zo ontdekte ze: ‘dat truttige en oubollige is verleden tijd.’

Nou... niet helemaal, zo is mijn bevinding. Het oubollige is nog volop aanwezig. En daarmee bedoel ik zowel de jaren zeventig-interieurs, waar veel Eifelers nog volop in leven, als de moderne, maar smaakloze, goedkoop aandoende inrichtingen van cafés, restaurants en winkels, met die meestal kinderlijke versieringen rond vaste momenten in het jaar: heksen en pompoenen in de herfst, sneeuwmannetjes in de winter, paashazen in de lente. Er zijn momenten dat je in een Eifeler restaurant zit, rustig wachtend op je eenvoudige Duitse maaltijd, en met ongeloof om je heen kijkt naar het verkeerd soort meubels, gordijnen, tafelkleden en plastic bloemen, alsof de hele inrichting bij het equivalent van onze Leenbakker en Blokker bij elkaar is gewinkeld.

Maar wie door de tuttige gordijntjes heenkijkt en langs de soms sfeerloze, moderne architectuur, ziet een prachtig landschap, met veel vergezichten en een leegte en rust die in Nederland nauwelijks nog te vinden is. Wandelen zonder iemand tegen te komen, dat is in de Eifel heel gewoon (behalve in het toeristische Monschau dan). En dat uitzicht is overal: Und in jedem Ort schaut von allen Ecken und Enden die Landschaft hinein. Ook zijn er meer dan genoeg mooie oude dorpjes, kerkjes, kastelen en kloosters.

 

En er is meer. Zo wordt in de Eifel een prima rode wijn geproduceerd in een van de leukste wijngebieden ter wereld. (Nee, niet de Moezel.) Er kan geskied en gelanglaufd worden. (Okay, niet elk jaar, en wie weet voor hoe lang nog.) Er is vulkanische activiteit (daarom heet een deel van de Eifel Vulkaneifel), er zijn vulkaanmeren én een nog levende (super)vulkaan, die volgens sommigen op uitbarsten staat.

 

En wat ook bijzonder prettig is, is het beperkte toerisme. Want ook al schijnt de Eifel het economisch gezien tegenwoordig voor een groot deel van het toerisme te moeten hebben, zelfs de echte toeristische trekpleisters, zoals dierentuinen en musea zijn ook in de zomer zelden druk is onze ervaring, eerder uitgestorven.

 

De huizen en boerderijen zijn prettig laag geprijsd. En er staat veel te koop als gevolg van de vergrijzing en wegtrekkende jeugd en omdat ook hier boeren noodgedwongen hun boerenbedrijf vaarwel moeten zeggen. Een hele boerderij (huis, stal en schuren) plus een paar hectare grond is te koop voor nog geen ton. Daar moet dan uiteraard nog wel het een ander aan gebeuren c.q. in geïnvesteerd worden.

 

Duitsland staat de laatste jaren samen met Frankrijk bovenaan de populairste vakantielanden van Nederlanders, maar als het om een (vakantie)huis gaat, lijkt Frankrijk voor velen nog steeds het beloofde land. Dat gold ook voor Inge Happé en Roelf van der Laan, voorheen boekverkopers in Bloemendaal, nu eigenaar van een Eifelboerderij (die ze ook verhuren). Op hun site vertellen ze: ‘De droom van een eigen huis in Frankrijk sluimerde lange tijd bij ons, maar toen de mogelijkheid zich voordeed, maakten we toch de overstap naar de Eifel. Het is veel dichterbij, waardoor een weekend weg wel heel gemakkelijk wordt, en qua landschap doet het niet onder voor Noord-Frankrijk. De vriendelijke dorpjes en Ardense sfeer deden de rest en toen we deze boerderij zagen, waren we definitief om. Historie en natuur ineen, het was precies wat we zochten.’

In dit boek vertellen Nederlanders over hun keuze voor de Eifel en over hun Eifeler huis of boerderij. Wat ze aantroffen, hoe ze het hebben opgeknapt. Hoe het contact met de buren is.

Daarnaast bevat het verhalen over wat er te zien en te beleven is in de Eifel. Van de Trödelmarkten en hun unieke uitstallingen tot de beer in Pronsfeld. Het vertelt ook over de Eifelers en hun eigenaardigheden.

 

Dit boek is geen reisgids, ook al zal het de lezer ongetwijfeld op ideeën brengen om er op uit te gaan naar bijzondere plekken in de Eifel, zoals een muizenvalmuseum of een verbouwde eliteschool uit het Derde Rijk. Het is ook niet het zoveelste dagboek van een ‘hippe’ Randstedeling die de natuur ontdekt en haar ervaringen met huis, buren en verdere omgeving móet delen met de wereld. Ook al staan die ervaringen er wel in. Het is ook geen praktische handleiding over het kopen van een huis in de Eifel: hoe je te werk moet gaan en waar je allemaal tegen aan kunt lopen, ook al worden sommige van die tips wel gegeven. Het is van alle drie een beetje, maar bovenal is het bedoeld als een ‘lekkermakertje’, een Augenöffner (eyeopener), een stimulans om verder te kijken dan naar dat zogenaamde pittoreske huis in dat zogenaamde idyllische Frankrijk (of Italië, Spanje, Portugal).

 

Op zoek naar een leuk, betaalbaar tweede huis in het buitenland? Vergeet Frankrijk. Frankrijk is pittoresker? Misschien, je kunt het ook rommelig noemen. Er is meer zon? Dan moet je toch echt een flink eind rijden. Het eten is er beter? Hoe vaak ga je buiten de deur eten als je een huis met tuin en uitzicht hebt? Bovendien, hoeveel Nederlanders spreken goed Frans? Met Duits komen de meeste van ons een heel eind verder.

 

Natuurlijk, het kan goedkoper. Enorme landhuizen en boerderijen in Polen en andere voormalige Oostbloklanden staan te koop voor een habbekrats. Maar ja, de lange reis er naar toe... om over de taal nog maar niet te spreken. Een weekend in de Eifel betekent ná de spits in Nederland vertrekken en ruim voor 12 uur ’s nachts aankomen. Waar kun je vanuit Nederland na slechts enkele uren rijden geheel ergens anders zijn?

 

Nee, de Eifel is zo gek nog niet.

 

Voorwoord uit Een huis in de Eifel, Amsterdam/Orlenbach 2018.